02. September 2017 · Kommentare deaktiviert für „Wie is ‘al-Amu’, de smokkelaar die grenswachter werd? „ · Kategorien: Italien, Libyen · Tags: , ,

De Standaard | 02.09.2017

Ahmed ‘al-Amu’ Dabbashi hielp een half miljoen Afrikanen naar Italië te migreren. Nu houdt hij ze tegen. Wie is de invloedrijke smokkelkoning van de Libische kust?

Toen Marco Minitti, de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken, de eerste keer voorstelde om te onderhandelen met Libië over de toestroom van migranten, lachten de critici hem uit. ‘Ze zeiden: “Je begrijpt de essentie niet: Libië is instabiel”’, vertelt hij aan The New York Times .

Maar Minitti is niet naïef en kent Libië heel goed. Sinds zijn eerste bezoek aan de voormalige Italiaanse kolonie in 1999, heeft hij zijn contacten goed onderhouden. Hij kan de kuststeden waar Afrikaanse migranten in bootjes stappen richting Italië probleemloos opsommen: ‘Zuwara, Sabratha, Zawia, …’ Volgens The New York Times kent Minitti ze beter dan zijn eigen geboortestreek Calabria, in Italië.

‘Wat ik wel begrijp, is dat de Libische instabiliteit betekent dat iedere deal op elk moment kan ontploffen. Maar we hebben de weg gebouwd.’

Zijn strategie lijkt te werken. Sinds midden juli daalt het aantal aankomsten in Italië nog sneller dan in Griekenland, na de deal tussen Turkije en de Europese Unie. In augustus kwamen er 3.015 migranten aan, tegenover 21.294 vorig jaar. Ook het aantal verdrinkingen kelderde tot bijna nul.

Migratie-experts vermoeden dat Minitti de architect is van een deal tussen de Italiaanse geheime dienst en Libische smokkelaars (DS 31 augustus). In ruil voor miljoenen dollars, een paar ton voedselhulp en een vrachtwagen vol medicijnen, stopten de smokkelaars met smokkelen. In plaats daarvan patrouilleren ze nu met jeeps langs de stranden. Migranten die toch willen oversteken, worden opgesloten in detentiekampen.

Nonkel Smokkelkoning

De Italiaanse regering ontkent dat ze met smokkelaars onderhandelt en communiceert nooit over operaties van de Italiaanse geheime dienst. De Italiaanse premier staat achter zijn minister van Binnenlandse Zaken. De smokkelmilities die nu migranten tegenhouden, ontkennen zelf ook dat ze vroeger aan mensensmokkel deden. Ze organiseren zich als semiofficiële brigades, gelinkt aan de door het Westen gesteunde regering in Tripoli. Ze noemen zichzelf de ‘bende van al-Amu’, ‘Brigade 48’ of, meer officieel, ‘de Sabratha-tak van de (nog op te richten) Nationale Garde’.

Maar de leiders van de milities zijn dezelfde mensen als zij die sinds de val van Kadhafi de mensensmokkel organiseren. Volgens Samir (schuilnaam), een undercover informant van een Europese lidstaat die hier voor zijn veiligheid anoniem wordt geciteerd, spraken de Italiaanse spionnen in een café in de kustplaats Sabratham af met Ehab Dabbashi. ‘Die zat daar namens zijn broer Ahmed Dabbashi, alias al-Amu (de nonkel)’, vertelt Samir.

Al-Amu is de onbetwiste smokkelkoning van Sabratha. Hij werd op 1 juni genoemd in een rapport van het expertenpanel van de VN-Veiligheidsraad als een van de belangrijkste militieleiders van het westen van Libië. De netwerken rond hem worden verantwoordelijk gehouden voor de smokkel van een half miljoen Afrikanen naar Italië.

Zelf ontkent al-Amu in een interview met The Times die beschuldiging van mensensmokkel. De Italiaanse deal noemt hij ‘een gerucht’. Maar hij erkent wel dat hij in juli een deal sloot met de regering in Tripoli. In ruil voor geld, wagens, schepen én een zuivering van hun reputatie zou zijn militie voortaan de illegale migratie helpen te bestrijden. Maar, waarschuwt al-Amu in datzelfde interview, als de financiering opdroogt, keert de mensensmokkel terug.

In een intern onderzoeks­rapport uit 2016 van een tak van de VN, dat De Standaard kon inkijken, wordt gedetailleerd uitgelegd hoe al-Amu aan de macht kwam. Er is niet veel bekend over zijn leven voor de Arabische Revolutie van 2011, behalve dat hij stamt uit de invloedrijke Dabbashi-clan, een bekende naam in Libië. Ibrahim Dabbashi, verre familie van al-Amu, diende vanaf 2009 onder Kadhafi in de VN-Veiligheidsraad en bleef tot 2016 de Libische afgevaardigde in de raad.

Al-Amu zou ook banden hebben met de Libische tak van Islamitische Staat, die tot 2016 geleid werd door zijn neef Abdallah Dabbashi. Abdallahs IS-trainingskamp, vijf kilometer ten zuiden van Sabratha, werd in 2015 gebombardeerd door de Amerikanen. Een jaar later verdween Abdallah naar Afghanistan. ‘Het geld van de Libische smokkel vloeit nog gedeeltelijk naar radicaal islamitische milities’, zegt Samir.

‘Gas kun je niet smokkelen’

Na de val van Kadhafi trok de jonge dertiger Ahmed Dabbashi — toen nog niet bekend als al-Amu — de macht naar zich toe. Hij nam belangrijke olieraffinaderijen over, zoals het Mellitah Oil and Gas Complex in Sabratha. In een mum van tijd had hij de volledige controle over het grootste deel van de kustlijn tussen Tripoli en Tunesië en was hij klaar om zich te richten op mensensmokkel. De route vanuit Niger, die afgesloten was sinds een deal tussen Kadhafi en Berlusconi eind 2008, werd heropend in samenspraak met onder andere de Toeareg­milities in het zuidwesten van Libië.

Al-Amu werkte samen met de lokale overheden, de politie en de kustwacht en had naar verluidt goede contacten in de door het Westen gesteunde regering van premier Fayez Seraj. De vertrekplaatsen van migranten bevonden zich tussen de olieraffinaderij Metillah en het Romeins museum van Sabratha (zie kaart). In de naburige stad Zawia duldde al-Amu de clan van Mohammed Koshlef naast zich. In Zuwara organiseerden al- Amu’s eigen neven de boot­smokkel (zie kaart).

Volgens verschillende bronnen speelden werknemers van het Italiaanse gasbedrijf Eni de rol van tussenpersoon bij de onderhandelingen met al-Amu. Ondanks de instabiliteit in Libië slaagt ENI er al sinds 2012 in om de gasexport uit Libië relatief stabiel te houden. ‘Gas kun je niet smokkelen’, merkt migratie-expert Villa op. Het bedrijf moet onderhandelen met alle milities om meer dan 400 kilometer aan kwetsbare pijp­leidingen te beveiligen. Al-Amu’s netwerk zou een deel van die bescherming op zich nemen.

Voor al-Amu en zijn bende zijn er nog voordelen aan de samenwerking met Italië. De migratiestroom krijgt meer internationale aandacht dan de lucratieve oliesmokkel. Nadat zijn naam in een rapport van de VN-Veiligheidsraad was opgedoken, begon hij zich naar verluidt zorgen te maken. ‘Hij wil niet op een lijst met oorlogsmisdadigers terechtkomen’, zegt Samir. ‘De strijd tegen migratie geeft hem nieuw krediet.’

De hel van Libië

De slachtoffers van de geheime deal zijn de migranten. Volgens onderzoekers van de Internationale Organisatie van Migratie (IOM) weten ze helemaal niet wat hen te wachten staat wanneer ze vertrekken uit Nigeria of Kameroen. Ze horen opgesmukte verhalen van familie en vrienden die de oversteek hebben gehaald, omdat die zich schamen over de realiteit in Europa. Smokkelaars beloven hen een snelle rit naar dat land van melk en honing.

Als ze de woestijn in het zuiden overleven, die steeds gevaarlijker wordt omdat de traditionele routes worden afgesneden, eindigen ze vaak in detentiekampen. Ook de kampen maken deel uit van het corrupte netwerk rond mensensmokkel in het noordwesten van Libië. In het rapport van de VN-Veiligheidsraad wordt aangetoond hoe migranten in de kampen van Zawia worden uitgebuit door de militie van Mohammed Koshlaf (alias Al Kasb), die samenwerkt met al-Amu en met de beruchte kustwachtcommandant Abd al-Rahman Milad (bijgenaamd Al Bija). De omstandigheden in de detentiekampen worden veroordeeld door Artsen Zonder Grenzen en Amnesty International. Migranten die ze hebben overleefd, spreken over ‘de hel van Libië’. In de kampen werden ze geslagen en vernederd, gemarteld en uitgebuit voor meer geld. In het rapport van de VN wordt blootgelegd hoe ze soms dienen als ontginningsplaats voor moderne slavernij: Afrikanen worden door­verkocht als goedkope arbeidskrachten of seksslaven.

In de oude visverwerkingsfabriek en de boerderijen rond Sabratha heeft de Brigade 48 van al-Amu eigen detentiekampen. ‘Strijders die goed werk hebben geleverd, worden ’s nachts toegelaten tot de loodsen. Daar mogen ze een Afrikaanse vrouw uitkiezen en haar verkrachten’, vertelt Samir. Al-Amu heeft grote delen van de oude toeristische infrastructuur langs de kuststeden overgenomen en trakteert zijn bendes geregeld op feesten in de lege luxehotels, met een overvloedig aanbod aan alcohol, drugs en seksslavinnen.

Ähnliche Beiträge

Kommentare geschlossen.