25. Januar 2018 · Kommentare deaktiviert für „De weg naar Europa loopt via Soedan“ · Kategorien: Afrika, Sudan · Tags: ,

Für viele afrikanische Flüchtlinge ist der Sudan ein unvermeidlicher Zwischenstopp. Während die EU in Zusammenarbeit mit dem diktatorischen Regime in Khartum versucht, diese aufzuhalten, verdienen Beamte eben dieses Regimes gutes Geld mit Menschenschmuggel. Teil 1

Trouw | 24.01.2018

Voor veel Afrikaanse vluchtelingen is Soedan een niet te vermijden tussenstop. Terwijl de Europese Unie en het dictatoriale regime in Khartoem samen proberen hen tegen te houden, verdienen ambtenaren van datzelfde regime grof geld aan mensensmokkel. Deel 1 van een tweeluik.

Klaas van Dijken en Abdulmoniem Suleiman

De donkere ogen van Gimme zijn alleen zichtbaar wanneer de grote klep van zijn pet omhooggaat, tegelijkertijd met het flesje Heineken. De stem van de 18-jarige jongen komt op het dakterras net boven het getoeter van de Egyptische hoofdstad Caïro uit.

Hij heeft zijn ouders niet verteld dat hij ze voorgoed achter zou laten. Wat ze niet weten, kunnen ze ook niet vertellen als ze worden verhoord door de Eritrese veiligheidsdiensten. De dan 16-jarige Gimme (niet zijn echte naam) uit de stad Keren zal vermoedelijk nooit meer de moskee aan het plein zien, ronddwalen op de wekelijkse kamelenmarkt of verkoeling zoeken in het park. Met drie vrienden verlaat Gimme zijn geboortegrond te voet.

Het Oost-Afrikaanse land zucht al tientallen jaren onder een strenge dictatuur. De slechtdraaiende economie en de militaire dienstplicht zijn voor veel Eritreeërs belangrijke redenen om het land te ontvluchten. Via buurland Soedan willen ze vaak naar Libië of Egypte om daarna door te reizen naar Europa. De Soedanese stad Kassala, hoofdstad van de gelijknamige regio, is ook voor Gimme en zijn vrienden het eerste doel: dé smokkelhoofdstad van Oost-Soedan.

Voor de Europese Unie is Soedan een sleutelland om vluchtelingen als Gimme vanuit het Afrikaanse continent tegen te houden. Eritreeërs, Ethiopiërs, Somaliërs en zelfs Syriërs reizen via Soedan naar Europa. Om hen tegen te houden maakt de EU meer dan 150 miljoen euro vrij én haalt ze de banden met het Soedanese regime aan: het regime dat jarenlang in het verdomhoekje van de wereld zat, met aan het hoofd president Omar al-Bashir. Hij wordt vanwege een verwoestende burgeroorlog in de West-Soedanese regio Darfur door het Internationaal Strafhof in Den Haag gezocht voor genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden.

Hoewel Soedan nu zijn beste beentje voor lijkt te zetten om het Westen ter wille te zijn, blijkt uit eigen onderzoek dat het land op meerdere manieren juist profiteert van vluchtelingen. Overheidsfunctionarissen, met name van de veiligheidsdiensten, zijn actief betrokken bij mensensmokkel en -handel of knijpen een oogje toe als ze door smokkelaars en handelaren voldoende geld krijgen toegestopt.

Uit een nog niet gepubliceerd rapport over mensensmokkel en mensenhandel in Soedan van het Regional Mixed Migration Secretariat (RMMS), dat al sinds 2011 onderzoek doet naar migratiestromen in Oost-Afrika en Jemen: „Door problemen zoals zwakke regeringsinstituties, wijdverspreide corruptie en structurele uitdagingen, is Soedan niet bij machte migratie effectief te reguleren, en er is geen politieke wil om dat wel te doen.“

Kassala

Zonder een grenswacht om te kopen bij de Soedanese grens, daarvoor heeft hij het geld niet, weet Gimme Kassala te bereiken. Hij weet dat een familielid daar woont. Zonder papieren verblijft hij twee maanden in de smokkelstad. Geld om smokkelaars te betalen heeft hij niet en hij besluit de gok te nemen door gewoon de bus naar de Soedanese hoofdstad Khartoem te nemen. Ver komt hij niet. Nog voor de bus het station verlaat, wordt hij door een politieman van zijn stoel geplukt en gevraagd naar zijn papieren. Als hij die niet kan tonen, wordt hij naar het politiebureau gebracht en van daaruit naar het vluchtelingenkamp Shagarab, de plaats waar hij onder geen beding had willen zijn. „Als ik geld had gehad, had ik de politieman om kunnen kopen“, vertelt Gimme.

Mensensmokkel wordt in Kassala nauwelijks als een criminele activiteit gezien. Wie de juiste taal spreekt wordt al snel in vertrouwen genomen door bevolkingsgroepen die de smokkelmarkt beheersen, met name nomadische woestijnbewoners.

Dit is ook de achtergrond van de Free Lions, die het tot 2006 met andere gewapende groepen opnamen tegen het regime van Omar al-Bashir. Free Lions-leider Mabrook Maburak Salim, een rijke zakenman, sloot in 2006 vrede met de regering. Veel voormalige verzetsstrijders integreerden daarop in het leger en de machtige, gevreesde Soedanese veiligheidsdienst. Salim zelf werd minister van transport en wegenbouw. Het weerhield hem er niet van zijn illegale praktijken voort te zetten. Dat bleek al uit een rapport van het VN-monitoringsteam voor Eritrea en Somalië uit 2011. Minister Salim zou volgens dat rapport verantwoordelijk zijn voor wapensmokkel.

Shagarab

Meer dan honderdduizend vluchtelingen verblijven in kampen in Oost-Soedan, volgens cijfers van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. Kampen zoals Shagarab, waar Gimme na zijn aanhouding terechtkomt. De kampen staan als zeer slecht bekend en met name Shagarab is berucht om de slechte voorzieningen, wetteloosheid en ontvoeringen door mensenhandelaren.

Een 23-jarige vluchteling werd er geboren en groeide op in het kamp dat hij niet anders kan beschrijven dan als een gevangenis. Alleen tijdens zijn middelbare schooltijd mocht hij legaal het kamp in en uit. Vier jaar werkte hij als vrijwilliger in Shagarab voor het Soedanese Rode Kruis, de SRCS. In opdracht van het Rode Kruis hield hij er een enquête over de levensomstandigheden. „Hoe kunnen we veilig in Shagarab leven als de veiligheidsdiensten onze kinderen roven, gaven mensen als antwoord“, vertelt hij in Caïro waar hij in 2016 naartoe vluchtte, ook via de Soedanese hoofdstad Khartoem.

De Rashaida en de Soedanese veiligheidsdiensten werken volgens hem ook in het kamp samen. Ze ontvoeren mensen, die ze pas weer loslaten als de familie losgeld betaalt. Of ze verkopen de vluchtelingen door aan bedoeïenen die hen meenemen naar de Sinaïwoestijn, om van daaruit de families benaderen. Als die niet snel of genoeg betalen, martelen ze vaak de slachtoffers terwijl ze familieleden aan de telefoon hebben om hen aan te sporen sneller met geld over de brug te komen.

Gimme wil het liefste zo snel mogelijk het kamp weer uit. Maar opnieuw is geld het probleem. Om naar Khartoem te reizen moet hij een van de Eritrese tussenpersonen betalen die hem kan overdragen aan de smokkelaars. Gimme benadert een Eritrese tussenpersoon. Die vraagt 2000 Soedanese pond, zo’n 250 euro, voor de tocht naar Khartoem. Omdat Gimme dat geld niet heeft, biedt Sadam een andere oplossing. Als hij vijf andere mensen weet te ronselen in het kamp, mag hij als zesde gratis mee naar Khartoem.

Het duurt niet lang of hij vindt de mensen. Om acht uur ’s avonds worden ze in een Toyota Land Cruiser met geblindeerde ramen gestopt. Alleen de veiligheidsdiensten rijden in zulke auto’s. Wie hun chauffeur is weet Gimme niet. Wel valt hem op dat ze geen enkele keer worden tegengehouden bij checkpoints. De volgende ochtend wordt hij om 5 uur afgezet in Khartoem, in de wijk Jerif waar de meeste Eritreeërs verblijven.

Khartoem

Drie maanden werkt Gimme als bordenwasser in Khartoem. Continu moet hij over zijn schouder kijken; hij verdient net genoeg om zichzelf in leven te houden, niet om de autoriteiten om te kopen zoals andere vluchtelingen dat doen. Al snel is Gimme het rennen zat. Iedere dag komt hij mensen tegen die doorreizen naar Libië. Zelf durft hij die route niet te nemen, zijn neef kwam om tijdens de gevaarlijke tocht door de woestijn. Hij spaart voor de veiligere optie Egypte.

Daarvoor moet Gimme weer op zoek naar een tussenpersoon. Veel smokkelaars, handelaren en tussenpersonen houden zich op in soeks, markten, in Khartoem en Omdurman, de stad aan de andere oever van de Nijl en het handelscentrum van het land.

In Khartoem houden ze onder andere kantoor in het gebied Al-Souq Al-Arabi. Bij de open ramen en in de portieken kun je de smokkelaars horen onderhandelen over de prijs. De reis naar de grens kost tussen de vijf- en achthonderd dollar. Volgens een tussenhandelaar die zichzelf Omar Al Ginaid noemt en al zes jaar in het vak zit, betalen vluchtelingen uit Oost-Afrika het minst en Syriërs het meeste. „Afrikaanse vluchtelingen betalen minder maar worden vaker gedwongen aan het werk gezet. Ze worden bijna behandeld als slaaf“, zegt hij. „Syriërs hebben geld en willen zo vlug mogelijk naar Europa.“

Daarbij bleef het niet, vertelt een voormalig lid van de Free Lions. Tijdens het interview houdt hij ondanks de hitte zijn leren jack aan, zijn ogen staan vermoeid. Hij kent nog veel van zijn oude strijdmakkers en ontmoet Salim nog regelmatig op bruiloften en andere sociale gelegenheden. Volgens hem geeft minister Salim leiding aan een smokkelnetwerk van Rashaida, de nomadische stam waaruit ook de Free Lions voortkwamen. De smokkel van, en handel in vluchtelingen vindt plaats met medeweten van de Soedanese regering. Ambtenaren helpen daarbij een handje, weet deze ex-rebel.

Hij legt uit hoe het in zijn werk gaat: de smokkelaars verzamelen de vluchtelingen vanuit Eritrea, Somalië en Ethiopië in magazijnen in de omgeving van Kassala. Ze wachten tot ze met smokkelaars verder naar Khartoem kunnen. Mabrook Mubarak Salim zorgt ervoor dat de transporten niet worden tegengehouden bij checkpoints.

De betrokkenheid van overheid en veiligheidsdienst staat ook voor experts vast. „Je kunt dit gevaarlijke werk (van smokkelaar, red.) niet doen als je niet op een of andere manier samenwerkt met de veiligheidsdiensten“, zegt een voormalig anti-mensensmokkelagent. Ook volgens hem staat Salim aan het hoofd van een mensensmokkel- en mensenhandelnetwerk. Negen jaar werkte deze agent bij de politie in de provincie Kassala en omdat hij daarvoor meer dan een jaar werkzaam was als smokkelaar en handelaar, kent hij beide kanten van het verhaal. „Je hebt op een of andere manier toestemming nodig van de autoriteiten.“

Dat concludeert ook Bram Frouws die als coördinator van het RMMS meewerkte aan het rapport over Soedan. „Het is onmogelijk om als vluchteling of migrant door Soedan te reizen zonder dat Soedanese autoriteiten en overheidsfunctionarissen zoals politieagenten of grenswachten, betrokken zijn“, zegt hij. Het RMMS spreekt bijna dagelijks vluchtelingen en migranten die door Soedan zijn gereisd. Bijna allemaal geven ze aan dat overheidsfunctionarissen betrokken zijn bij smokkel en handel.

Ook het RMMS-rapport bevestigt de betrokkenheid van de Soedanese politie. Het rapport rept van talloze gevallen waarin de politie illegale migranten arresteert om hen vervolgens tegen betaling uit te leveren aan mensensmokkelaars. De uitruil zou hebben plaatsgevonden op politiebureaus en bij grensposten. Mabrook Mubarak Salim houdt zich onbereikbaar voor een reactie.

Gimme moet 700 dollar betalen aan ene Yonas, een tussenpersoon ergens in Khartoem. Het geld vraagt hij aan een tante in het buitenland. Zodra het geld overgemaakt is, belt Yonas Gimme. Hij moet wat kleding pakken en ’s avonds naar een speelplaats komen. Daar zal hij worden opgepikt door een busje.

De eigenaren van die busjes zijn hooggeplaatste militairen of oud-militairen. Dat zegt een Eritrese zestiger die vanuit Khartoem vorig jaar naar Nederland is verhuisd. Hij leeft met de lamellen gesloten in een klein arbeiderswoninkje in het Zeeuwse Terneuzen. Voor hij naar Nederland kwam, woonde hij meer dan dertig jaar in Khartoem. Sinds midden jaren negentig was hij vertegenwoordiger van een Eritrese oppositiepartij en nauw betrokken bij Eritrese vluchtelingen in Soedan. Hij onderhield een goede relatie met de Soedanese overheid, kende de veiligheidsdiensten en wist naar eigen zeggen ‚alles wat er speelde in de Eritrese gemeenschap in Soedan‘.

„Iedereen die Eritrea ontvlucht wil het liefst naar Khartoem om van daaruit naar Europa te reizen“, zegt hij. Volgens hem zijn er maar een paar grote smokkelaars die de handel in Khartoem beheersen. Afhankelijk van het gebied van herkomst in Eritrea, zoek je contact met een smokkelaarsnetwerk in Khartoem. Het wantrouwen naar mensen van andere nationaliteit of etniciteit is groot. De hoofden van de netwerken hebben weer een aantal stromannen die vluchtelingen ‚verzamelen‘. Zij pikken vluchtelingen op en vervoeren ze onopvallend in riksja’s – Indiase gemotoriseerde driewielers waarvan er duizenden door de straten knetteren – naar een ontmoetingsplek zoals de speeltuin waar Gimme zich moest melden.

Daar staan de minibusjes klaar waarin plek is voor vijftien tot twintig mensen. Ze worden gereden naar magazijnen in Omdurman die in bezit zijn van dezelfde militairen, aldus de Eritreër. Daar wachten vluchtelingen vaak met vijftig tot zeventig mensen in een ruimte tot er vervoer komt om ze naar de grens met Libië of Egypte te brengen.

De uitleg die deze Eritreër in Terneuzen geeft, sluit naadloos aan bij het vluchtverhaal van Gimme. Hij vindt de speeltuin zoals die is beschreven door de tussenpersoon. Een busje pikt hem niet veel later op en brengt hem naar een magazijn in Omdurman. Binnen zitten nog zo’n zeventig vluchtelingen met verschillende nationaliteiten; Eritreeërs, Somaliërs, Ethiopiërs. Allemaal wachten ze op de start van de volgende etappe zonder dat ze het pand mogen verlaten. Twee dagen later worden ze in pick-ups gedirigeerd en naar de Egyptische grens gereden.


Verantwoording
Klaas van Dijken en Abdulmoniem Suleiman werkten voor dit verhaal samen met een team van journalisten en onderzoekers in Soedan. Hun namen worden om veiligheidsredenen niet vermeld maar zijn bekend bij de redactie. Hetzelfde geldt voor de geciteerde mensen in dit stuk.

Europees geld
Het EU Noodfonds voor Afrika is opgericht om migratie uit Afrikaanse landen door mensen zonder kans te mogen blijven tegen te gaan. Voor Soedan is meer dan 150 miljoen euro beschikbaar gesteld. Dat geld is bedoeld voor onder andere humanitaire hulp, betere gezondheidszorg, werkgelegenheid en grensbewaking.

Het geld zou niet direct bij de Soedanese regering terechtkomen, maar worden uitgegeven door non-gouvernementele organisaties. In 2016 zei de Soedanese vertegenwoordiger in Brussel Mutrif Siddig daar al over: „Voor sommige zaken is de betrokkenheid van ministeries in Soedan nodig. Denk aan het ministerie van defensie om grenzen waterdicht te maken en het ministerie van veiligheid om mensensmokkel aan te pakken.“

„De EU werkt niet rechtstreeks samen met president Al-Bashir“, laat een woordvoerder van minister Sigrid Kaag van ontwikkelingssamenwerking weten per e-mail. Toch is niets doen ook geen optie. „Daarom is de EU een aantal programma’s gestart in Soedan. De meeste richten zich op het verbeteren van de opvang van vluchtelingen, het vergroten van toegang tot werk, gezondheidszorg en onderwijs voor vluchtelingen en hun gastgemeenschappen en het bevorderen van de rechten van vluchtelingen en migranten.“

De Europese Unie en de Soedanese vertegenwoordiger in de EU willen niet reageren op dit verhaal.

 

Ähnliche Beiträge

Kommentare geschlossen.